FAQ

Geplaatst op

Hieronder vind je een antwoord op de meest gestelde vragen. Neem je tijd om ze even te overlopen en laat je inspireren.

Dit deel van de website zal regelmatig aangevuld worden. Kom dus zeker af en toe een kijkje nemen. Nu lees je de versie van mei 2019.

Als je nog meer info wil, kan je je ook inschrijven voor onze opleidingen of onze tutorial bekijken.

Hieronder vind je antwoorden op algemene vragen, en op specifieke vragen per soort beleidsinstrument.

Je kan

  • ofwel rechtstreeks alle vragen en antwoorden gaan lezen door hier te klikken
  • ofwel de thema’s van de vragen overlopen en dan op de vragen die je interesseren klikken om het antwoord te vinden.

A. Algemene vragen  vragen 1 tot 11

1. Waarom zoveel gegevens invullen? 2. Hoe weet ik of ik de test moet invullen?
3. De ION’s 4. Waarom zijn de vragen zo complex?
5. Ik zoek inspiratie om het luik gender in te vullen 6. Vragen m.b.t. het onderscheid tussen mannen en vrouwen
7. & 8. Mensen met een handicap. Waarom moet ik dit luik invullen? 9. Ethnisch-culturele afkomst
10. Seksuele oriëntatie, genderidentiteit en -expressie 11. Sociale afkomst en situatie

B. Specifieke vragen per soort beleidsinstrument  – vragen 12 tot 21

A. Algemene vragen

1. Waarom moet ik in het begin van de test zoveel gegevens invullen?

Alles wat je invult is voor ons nuttig: deze gegevens zullen ons helpen om het gebruik van de gelijke kansentest op te volgen, feedback te vragen aan de gebruikers, onze vormingen nog te verbeteren, kortom om jullie nog beter te kunnen begeleiden en ondersteunen bij de toepassing van de gelijke kansen test.

We vragen in eerste instantie informatie over de auteur van de test, dus diegene die de test invult. Via je naam en je contactgegevens krijgen wij een beeld van de gebruikers van de gelijke kansentest. De groep gebruikers is heel divers : dit kunnen mensen van de administratie zijn (van de GOB of van één van de Brusselse openbare Instellingen), of van de kabinetten. Als we weten wie de gebruikers zijn, kunnen we gerichter opleidingen organiseren, jullie op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen, enz.

Daarnaast vragen we ook informatie over het reglementaire ontwerp in kwestie waarvoor de test wordt ingevuld, en de gewestelijke bevoegdheid waarop het ontwerp betrekking heeft. Dit zal ons toelaten later analyses te maken of concrete voorbeelden te geven per bevoegdheidsdomein.

2. Hoe beslis ik of ik de test moet invullen of niet?

De regel is dat je de test invult. Het is echt pas als je letterlijk onder één van de opgesomde uitzonderingen valt dat je de test niet moet invullen. Deze uitzonderingen zijn stuk voor stuk gevallen waarin het toepassen van de test geen zin heeft.

Er zijn 3 situaties mogelijk voor deze uitzonderingen:

  • Het gaat over teksten die echt geen enkele rechtstreekse of onrechtstreekse invloed kunnen hebben op natuurlijke personen
  • Het gaat over instemming met internationale verdragen en akkoorden, samenwerkingsakkoorden enz. De internationale verdragen of samenwerkingsakkoorden zelf kunnen wel een impact hebben, maar die impact moest dus worden onderzocht in een veel vroegere fase en op een ander niveau (namelijk bij het opstellen van de internationale verdragen).
  • Het gaat over teksten die uitzonderlijk dringend of belangrijk zijn: uitzonderingen omwille van hoogdringendheid of zaken met betrekking tot de nationale veiligheid en de openbare orde.

De officiële lijst van uitzonderingen vindt u in artikel 2, §3 van de ordonnantie van 4/10/2018.

3. Zijn de Instellingen van Openbaar Nut (ION) onderworpen aan de verplichting van de gelijke kansentest ?

De verplichting om de test in te vullen geldt voor alle openbare instellingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met inbegrip van de ION. Het doel is om alle instellingen die afhankelijk zijn van het Gewest – diensten van de Regering maar ook ION  – te betrekken bij het gelijke kansenbeleid in Brussel. Sommige ION voeren immers overheidsbeleid uit waarvan de impact op het vlak van gelijke kansen zeer groot is (bv. Actiris, SLRB, Citydev,….)

4. Waarom lijken de vragen van de test zo complex?

De gelijke kansentest is een manier om de gevoeligheid voor gelijke kansen te vergroten. Dankzij de test kan je stilstaan bij de processen waar je mee bezig bent en proberen om de impact ervan zo groot mogelijk te maken, ten voordele van alle doelgroepen van het gelijke kansenbeleid.

De vragen kunnen dus wel complex lijken, maar ze volgen eigenlijk een heel eenvoudige logica:

Je stelt een regelgevende tekst op (ordonnantie of besluit) of je financiert een actie in het kader van het beleid dat je ontwerpt of uitvoert.

Om een effectief en rechtvaardig beleid te voeren, wil je dat het beleid de hele bevolking ten goede komt en niemand uitsluit.

We weten dat bepaalde groepen het moeilijker hebben in bepaalde situaties, dus daarvoor vragen we je de denkoefening expliciet te doen aan de hand van 4 kernvragen:

1. De denkoefening met betrekking tot de doelgroep:
Knelpunten/bijzonderheden waarmee leden van de doelgroep te maken kunnen hebben

2. Heb je hiermee rekening gehouden? Hoe ga je er verder mee rekening houden?

3. Bronnen & noden:
Welke bronnen heb je gebruikt om te antwoorden en wat heb je nodig om nog beter rekening te houden met de knelpunten/bijzonderheden voor deze groep?

4. Conclusie:
Positieve of negatieve impact? Groot of klein?

Hier is echt lang over nagedacht, samen met experten uit de verschillende domeinen. Het is waarschijnlijk niet perfect maar het goed invullen van de antwoordvakjes gaat ons echt helpen om het gelijke kansenbeleid in het Gewest te verbeteren.

We zullen ook feedback geven over de ingevulde tests en ervoor zorgen dat de test waar nodig kan evolueren.

5. Ik zoek inspiratie om te antwoorden op het luik gender. Hoe pak ik het aan? Het gaat toch over verschillen tussen mannen en vrouwen?

“Gender” gaat niet over biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, maar wel over de rol die  een bepaalde samenleving op een bepaald moment toekent aan mannen en vrouwen. Het beleid moet niet persé mannen en vrouwen op exact dezelfde manier behandelen, maar moet juist rekening houden met de verschillende rollen die ze dikwijls in de samenleving opnemen, en dus inspelen op hun eventuele specifieke behoeften.  Gender gaat dus niet enkel om geslacht, en het gaat ook niet enkel om vrouwen! Ook mannen hebben in bepaalde situaties te maken met specifieke knelpunten en bijzonderheden waarmee het beleid moet rekening houden. Mannen die willen werken in de kinderzorg hebben af te rekenen met hardnekkige stereotiepen en vooroordelen. Van mannen wordt doorgaans nog veel moeilijker dan van vrouwen aanvaard dat ze deeltijds willen werken om meer zorg voor de kinderen op te nemen.

Hierna zullen we regelmatig voorbeelden aanvullen over genderaspecten van enkele gewestelijke beleidsdomeinen die inspiratie kunnen bieden voor de reflectie over uw eigen beleidsdomein.

Voorbeeld 1 – Inrichting van de openbare ruimte:

Vrouwen hebben vaak een groter onveiligheidsgevoel dan mannen bij onverlichte of slecht verlichte plaatsen. De concrete inrichting van bijvoorbeeld een parking kan dus een belangrijke genderdimensie hebben: enkel indien er voldoende verlichting voorzien is zullen de meeste vrouwen geneigd zijn er gebruik van te maken. Ook plaatsen met weinig passage, zeker ’s avonds, vergroten het onveiligheidsgevoel. Zo kan de keuze van de plaats voor bv. een fietsenstalling dus een zeer belangrijke genderdimensie hebben!

Bij dit alles is het ook zeer belangrijk te beseffen dat vaak vrij eenvoudige ingrepen (bv. meer verlichting voorzien), een grote impact kan hebben en in het algemeen zelfs iedereen ten goede komt (ook mannen zullen zich immers veiliger voelen op goed verlichte plaatsen dan op donkere plaatsen)..

Meer voorbeelden en verduidelijking per bevoegdheidsdomein kan je ook vinden op de website van EIGE, het Europees Instituut voor Gendergelijkheid.

6. Mijn tekst maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen – Waarom moet ik dit luik dan invullen?

Alhoewel de meeste wetgevende en reglementaire teksten op het eerste zicht neutraal lijken (d.w.z. geen expliciet verschil maken tussen vrouwen en mannen), kunnen ze toch, zelfs ongewild, een ander effect hebben op vrouwen dan op mannen omdat deze zich omwille van hun sociaal geconstrueerde rollen vaak in verschillende situaties bevinden. Het is dus belangrijk om zich even de vraag te stellen of de voorgestelde beleidsmaatregel wel de gewenste impact zal hebben op iedereen, vrouwen en mannen.  Dit kan eenvoudig via het beantwoorden van de 4 vragen van de gelijke kansentest binnen het luik gender.

7. Mijn ontwerp heeft niets te maken met personen met een handicap. Waarom moet ik dit luik invullen?

In navolging van internationale afspraken zien we beperkingen niet hoofdzakelijk als het gevolg van een medische aandoening, maar wel als gevolg van maatschappelijke drempels. Vanuit dit “sociale” model van handicap heeft iemand een beperking, niet wegens zijn fysieke kenmerken, maar eerder omdat de maatschappij zo is georganiseerd dat hij of zij wordt uitgesloten en gemarginaliseerd. Om iedereen ten goede te komen, moet het beleid er dus op gericht zijn deze maatschappelijke dremples weg te nemen. Zelfs als je ontwerp dus niets te maken heeft met personen met een handicap, moet het beleid dat je ontwikkelt wel steeds ten goede komen van de hele bevolking, en dus ook van personen met een handicap. Dikwijls volstaan kleine maar belangrijke ingrepen om de toegankelijkheid van informatie, van diensten of van gebouwen gevoelig te verhogen voor verschillende bevolkingsgroepen.

Voorbeelden:

  • Ondertitels bij een video garanderen toegang tot de informatie voor doven of slechthorenden – en ook bv. voor mensen die de taal niet goed beheersen
  • Een brochure over de verkiezingen in toegankelijke taal maakt dat ook mensen met leesproblemen of problemen om teksten te begrijpen, de mogelijkheid hebben om hun stemplicht naar behoren te vervullen
  • Een technisch alternatief voor captcha op het einde van een formulier maakt het ook voor blinde mensen die een schermuitleesprogramma gebruiken mogelijk om formulieren in te vullen, terwijl toch SPAM vermeden wordt

8. Is het rekening houden met personen met een handicap niet iets voor mensen met technische expertise?

Het is waar dat er technische aspecten verbonden zijn aan bepaalde maatregelen om de toegankelijkheid te verhogen voor personen met een handicap, bijvoorbeeld de exacte afmetingen die een deur moet hebben om er met een rolstoel door te kunnen, of bepaalde technische regels die moeten gevolgd worden om te zorgen dat de inhoud van een website correct kan “gelezen” worden door hulpmiddelen voor mensen met een visuele handicap. In de meeste gevallen volstaat echter het gezond verstand om na te gaan of er extra maatregelen nodig zijn, en kunnen de technische details van de concrete uitwerking ervan overgelaten worden aan experten.

9. Ik weet dat we niet mogen discrimineren op basis van afkomst en we hebben daar rekening mee gehouden. Moet ik dan toch de vragen invullen over de impact op etnisch-culturele minderheden?

Ja uiteraard! En indien je hiermee hebtrekening gehouden, zal  het invullen van de vragen niet moeilijk zijn en niet veel tijd vragen. Eerst en vooral moet je duiden welke knelpunten of bijzonderheden er voor deze groep kunnen bestaan binnen uw beleidsdomein. Vervolgens geef je weer hoe je daarmee heeft rekening gehouden in de tekst.

Voorbeeld

Voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte en planning : Bepaalde sociale groepen die in België wonen, hebben bijzondere woonvormen, dit noemt men tijdelijke woonvormen. Men zou daarmee dus moeten rekening houden in de gewestelijke of gemeentelijke ruimtelijke ordeningsplannen. Want als deze plannen geen terreinen voorzien om ter beschikking te stellen voor deze alternatieve woonvormen, zullen deze personen niet kunnen wonen in de gemeenten die geen plaats voorzien voor hen. Deze lacune treft in het bijzonder de Travellers.

10. Ik heb nooit gedacht dat seksuele oriëntatie, genderidentiteit- en expressie iets te maken kon hebben met het thema dat ik behandel in de tekst waarvoor ik de gelijke kansentest invul. Kunnen jullie mij helpen om het beter te begrijpen?

Vooraleer we kunnen antwoorden op deze vraag moeten we eerst kort de verschillende termen verduidelijken:

Seksuele oriëntatie: hiermee bedoelen we de seksuele of affectieve aantrekkingskracht die een persoon kan voelen voor andere personen als gevolg van hun geslacht, hun genderidentiteit en/of hun genderexpressie.

Genderidentiteit: Er kan een verschil bestaan tussen het geslacht of het gender dat aan een persoon bij zijn geboorte wordt toegewezen en het gender waarmee deze persoon zich identificeert. Terwijl de meeste mensen zich identificeren met het gender dat hun bij de geboorte wordt toegewezen, identificeren sommigen zich veeleer met een ander gender en identificeren nog anderen zich helemaal niet met een welbepaald gender. Een persoon kan ook genderfluïde zijn.

Genderexpressie: de genderexpressie is niet noodzakelijk in overeenstemming met de genderidentiteit. De genderexpressie van een persoon kan veranderen naargelang de levensfase, en dit kan ook zeer afhankelijk zijn van de context, bv. professionele context versus privéleven.  Een persoon kan gebruik maken van sociale codes (kleding, gebaren, voornamen …) die binnen de heersende cultuur worden geassocieerd met een ander gender dan het gender dat aan die persoon werd toegewezen.

Omdat de hele samenleving en ook de meeste wetgeving in het algemeen is afgestemd op de heteronormatieve norm en op een binaire opdeling tussen mannen en vrouwen, ondervinden mensen met een andere seksuele oriëntatie, met andere genderidentiteiten of genderexpressies vaak problemen gewoon omdat men niet heeft gedacht aan mensen die niet binnen deze traditionele vakjes vallen.

Daarnaast staan LGBTQI + bijvoorbeeld ook vaker bloot aan agressie in zones met weinig bewoning of passage, of op plekken en in de buurt van plekken met een grote concentratie aan LGBTQI+ horeca, waar ze makkelijker herkenbaar zijn. Dit creëert een permanent onveiligheidsgevoel, waardoor men zich anders gaat gedragen, niet hand in hand durft lopen etc.

Via de concrete inrichting van de openbare ruimte kan men hiermee rekening houden, bijvoorbeeld door te zorgen dat er minder plekken zijn zonder bewoning (zoals bijvoorbeeld winkelstraten die ’s avonds leeg zijn), meer openbare verlichting, of vlotter bereikbaar openbaar vervoer.

11. De sociale afkomst en situatie van mensen heeft echt niets te maken met de tekst die wij behandelen. Mag ik dat deel van de test blanco laten?

Neen, de test is er net om je te helpen nadenken over de vraag of dat echt wel zo is!

Elke reglementaire tekst die rechtstreeks of onrechtstreeks impact heeft op personen, heeft dus ok een impact op de mensen uit deze doelgroep. Dit is namelijk een groep die in vele opzichten specifieke problemen hebben of zich in een heel specifieke situatie  bevinden, waardoor ze het op verschillende domeinen moeilijk hebben.

Voorbeelden :

  • Veel goedkope huurwoningen zijn slecht geïsoleerd, wat zeer hoge energiefacturen tot gevolg heeft.
  • Het merendeel van de sociale woningen is niet aangepast aan grote gezinnen
  • Bij deze groep is er dikwijls een gebrek aan informatie met betrekking tot hun rechten als huurders, hun verplichtingen, en de financiële hulpmiddelen voor huur en energierekeningen waarop ze beroep zouden kunnen doen

B. Specifieke vragen per beleidsinstrument

Wet- en regelgeving

12. Hoe moet ik naar de gelijke kansentest verwijzen in de preambule van een besluit of ordonnantie?

Dit is de formulering die wordt aanbevolen door de Directie Juridische Zaken van de GOB:

“Gelet op de gelijke kansentest die overeenkomstig artikel 2 van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijke kansentest werd uitgevoerd op  DAG/MAAND/JAAR;”.

NB: Het is niet nodig te verwijzen naar het besluit van 22/11/2018 tot uitvoering van de ordonnantie van 4 oktober 2018 als die laatste reeds wordt vermeld.

Overheidsopdrachten

13. Wat is de procedure die ik moet volgen bij een overheidsopdracht? Wanneer moet ik de test invullen en naar wie moet ik hem versturen?

Bestek

Tijdens het opstellen van uw bestek, moet u analyseren welke impact de uitvoering van uw opdracht op de verschillende doelgroepen kan hebben, en moet u die mogelijke impact vertalen in oplossingen die u integreert in uw bestek.   U kan technische bepalingen formuleren die rekening houden met de doelgroepen of gunningscriteria die u toelaten die offertes positief te evalueren die de meest adequate en pertinente oplossingen voorstelt voor de mogelijke impact van uw opdracht voor de doelgroepen.

Voor de overheidsopdrachten moet de gelijke kansentest toegepast worden op het bestek, omdat het onmogelijk is om rekening te houden met gunningscriteria die niet werden gedefinieerd of technische bepalingen die niet werden gespecifieerd in het bestek bij publicatie. U moet dus bij het inwinnen van de nodige adviezen over het bestek (Directie Juridische Zaken, IF),  de gelijke kansentest toevoegen aan het dossier, en een kopie aan equal@gob.brussels bezorgen. Zonder de test wordt het dossier niet als volledig beschouwd.

Ook bij de ondertekening van het bestek door het bevoegde orgaan (Secretaris-Generaal, Minister of Regering), moet de ingevulde test deel uitmaken van het dossier.     

Analyse offertes en toekenning van de opdracht

In de analyse van de offertes moet u onder andere nagaan of de inschrijvers voldoende rekening houden met mogelijke knelpunten en bijzonderheden voor de verschillende doelgroepen, in functie van de gunningscriteria en de technische bepalingen die u op voorhand heeft bepaald.

Bij het voorleggen van de gemotiveerde gunningsbeslissing (aan de Directie Juridische Zaken, Inspecteur van Financiën, ordonnateur), en bij het vastleggen van het budget (controleur van de vastleggingen) moet de gelijke kansentest zoals uitgevoerd op het bestek, weer  integraal deel uitmaken van het dossier.

Uitvoering en evaluatie van de opdracht

Vergeet tenslotte tijdens de uitvoering en de evaluatie van de opdracht niet na te gaan of er effectief rekening wordt gehouden met de specifieke situaties en knelpunten van de verschillende doelgroepen.

14. Hoe kan ik rekening houden met de realiteiten van de verschillende doelgroepen in het bestek voor een overheidsopdracht?

  • Ga na of opdracht betrekking heeft op een domein waarin de verschillende gelijke kansendoelgroepen te maken kunnen hebben met specifieke knelpunten of bijzonderheden. Als dit zo is, dan zou één van de doelstellingen van de opdracht moeten zijn dat hiermee moet worden rekening gehouden (specifieer dit goed in uw technische bepalingen). De inschrijver moet dan in zijn offerte toelichten hoe hij deze doelstelling zal trachten te bereiken.
  • Vermeld in de beschrijving van de opdracht met welke specifieke situaties van de verschillende doelgroepen moet worden rekening gehouden tijdens de uitvoering van de opdracht.
  • Indien er een rechtstreeks verband is met het voorwerp van de opdracht, dan is het sterk aangeraden om hieromtrent specifieke gunningscriteria te hanteren, zoals bv. het criterium ‘integratie van de gelijke kansendimensie’ onder het gunningscriterium ‘kwaliteit’.

15. Hoe kan ik per soort overheidsopdracht/ gesubsidieerd project rekening houden met de gelijke kansendimensie?

 Algemeen:

Rekening houden met de gelijke kansendimensie in het hoofdthema/domein van het project

Studie/ onderzoek/ enquête:

  • Rekening houden met de gelijke kansendimensie bij de verzameling van kwantitatieve informatie (bijvoorbeeld: systematische uitsplitsing naar gelijke kansendimensie van eventueel te verzamelen statistieken, etc.)
  • Representatieve steekproeven samenstellen
  • Rekening houden met de gelijke kansendimensie bij de verzameling van kwalitatieve informatie (bijvoorbeeld:, selectie van te bevragen personen, etc.);
  • Rekening houden met de gelijke kansendimensie tijdens de verwerking van de informatie (bijvoorbeeld: analyseren van de verschillen die bestaan tussen de respectieve situatie van de verschillende gelijke kansendoelgroepen)

Evenementen:

  • Tijdstippen die haalbaar zijn voor iedereen?
  • Is de plek vlot toegankelijk?
  • Diversiteit verzekeren qua sprekers/ panels/workshops/vragenronde

Communicatie:

  • Waken over het gebruik van afbeeldingen en voorbeelden die ook de gelijke kansendoelgroepen voorstellen en dit in niet-stereotype rollen
  • Waken over de toepassing van een inclusief taalgebruik
  • Waken over het bereiken van de gelijke kansendoelgroepen, door gebruik te maken van media die geconsulteerd worden door hen

Subsidies

16. Wat is de procedure die ik moet volgen bij een subsidie? Wanneer moet ik de test invullen en naar wie moet ik hem versturen?

U meldt aan de potentiele kandidaten dat ze rekening moeten houden met de gelijke kansendimensie en dat ze daarop beoordeeld zullen worden (dat kan via een subsidiegids, een projectoproep, info op de website en / of het aanvraagformulier). U gaat vervolgens via de gelijke kansentest na of  de ingediende subsidieprojecten rekening hebben gehouden met de gelijke kansendimensie.

De gelijke kansentest wordt ingevuld ten laatste bij  de voorlegging van het besluit van toekenning  van de subsidie aan de Inspectie van Financiën. De inspectie van Financiën gaat na of het dossier volledig is, en dus ook een gelijke kansentest omvat. Gelieve equal.brussels@gob.brussels een kopie te sturen van de ingevulde test.

Indien het besluit van subsidie wordt voorgelegd aan de regering zal ook deze controleren of daar een gelijke kansentest bij werd toegevoegd. In de nota aan de regering is er tevens een luik  “ gelijke kansentest” voorzien waarin een korte conclusie kan worden gegeven.

17. Mag ik de indieners van een subsidieaanvraag verzoeken om de gelijke kansentest in te vullen?

Neen. De gelijke kansentest is een instrument dat de administratie toelaat te controleren of de indieners van een subsidieaanvraag voldoende hebben rekening gehouden met de gelijke kansendimensie. Het is dus aan de administratie om de gelijke kansentest in te vullen, en ervoor te zorgen dat indieners van een subsidieaanvraag hen hiervoor de nodige elementen geven.

18. Hoe kan ik aandacht vragen voor de realiteiten van de verschillende doelgroepen in een subsidiereglement?

  • Illustreer eventueel de bijzonderheden en problematieken van één of meerdere gelijke kansendoelgroepen waarmee rekening moet worden gehouden;
  • Geef aan op welke manier het in aanmerking nemen van de gelijke kansendoelgroepen zal worden beoordeeld

Voorbeelden van mogelijke formuleringen in een subsidiegids:

“Uitsluitingscriteria: om in aanmerking te komen voor de toekenning van een subsidie moet het project rekening houden met de bijzonderheden en problematieken van de verschillende gelijke kansendoelgroepen. “

“Het project is zo opgevat dat het de gelijke kansendoelgroepen ten goede komt. Bij het opzetten van een project wordt ook gekeken naar de eventuele hinderpalen die de gelijke kansendoelgroepen zouden kunnen tegenhouden om mee te werken aan het project.”

“Door de gelijke kansendimensie in uw project te integreren hebt u bij de ontwikkeling ervan echt oog voor de gelijkheid tussen de verschillende gelijke kansendoelgroepen. Hieronder volgt wat informatie die u zal helpen om bij uw project met dat aspect rekening te houden:”

19. Hoe kan ik de gelijke kansendimensie integreren in de aanvraag tot subsidie?

Integreer een vraag in het aanvraagformulier die de integratie van de gelijke kansendimensie nagaat.

Bijvoorbeeld:

  • Bestaan er binnen het toepassingsgebied van het project bijzonderheden of problematieken verbonden aan de gelijke kansendoelgroepen? Zo ja, op welke manier zal daar rekening mee worden gehouden? Zo nee leg uit.
  • Welke doelgroep wilt u met het project bereiken: wat is het aandeel van de gelijke kansendoelgroepen?
  • Zijn de aangeboden activiteiten afgestemd op de behoeften van de gelijke kansendoelgroepen)?
  • Wat belet de deelname van bepaalde gelijke kansendoelgroepen aan dat project? Kan men bijkomende maatregelen nemen om ze te bereiken?
  • Bestaan er ongelijkheden/ problematieken/ bijzonderheden binnen de gelijke kansendoelgroep in relatie met het thema van het project?
  • Zo ja, hoe draagt het project ertoe bij dat de ongelijkheden/problematieken/ bijzonderheden aangepakt worden?”
  • Welke specifieke acties worden er genomen om de doelgroep beter te bereiken of de activiteit/project meer toegankelijk te maken
  • Welke bronnen heeft u geraadpleegd om de probleemanalyse te schetsen?

Beheerscontracten

20. Wat is de procedure die ik moet volgen bij een beheerscontract? Wanneer moet ik de test invullen en naar wie moet ik hem versturen?

Voor Beheerscontracten moet een ingevulde gelijke kansentest worden voorgelegd aan de regering op het moment dat het beheerscontract wordt voorgelegd aan de Ministerraad.

Een dossierbeheerder binnen het kabinet of de administratie wordt aangesteld door elk kabinet dat deelneemt aan het ontwerp van het beheerscontract om de gelijke kansentest uit te voeren.

De gelijke kansentest moet dus worden ingediend aan het einde van het proces om tot het beheerscontract te komen. Wij raden u echter aan om de inhoud van de vragen in het achterhoofd te houden vanaf het begin van het proces van ontwikkeling van het beheerscontract, zodat het u gedurende het hele proces begeleidt en u helpt bij het uitwerken van inclusieve projecten.

Voor de beheerscontracten gelden er geen gedeeltelijke uitzonderingen. De beheerscontracten zijn immers in het algemeen gericht op het hele Brusselse publiek en niet op een bepaalde doelgroep. Het is daarom noodzakelijk om de impact van het ontwerp van beheerscontract op alle groepen te testen.

Strategische planningsinstrumenten

21. Wat is de procedure die ik moet volgen bij een strategisch planningsinstrument? Wanneer moet ik de test invullen en naar wie moet ik hem versturen?

Beleidsbrieven en oriëntatienota’s:

Beleidsbrieven en oriëntatienota’s zijn onderworpen aan de gelijke kansentest. Deze test worden ingevuld en aan het Parlement worden voorgelegd wanneer deze documenten ter bespreking worden voorgelegd.

Het kabinet bevoegd voor de betreffende beleidsbrief of oriëntatienota zal een persoon aanduiden binnen het kabinet of binnen om de test in te vullen.

Alhoewel de gelijke kansentest aan het einde van het proces (indiening bij het Parlement) moet worden ingevuld, adviseren wij u de inhoud van de vragen in gedachten te houden vanaf het begin van het proces van het opstellen van de beleidsbrieven en oriëntatienota’s, zodat deze u gedurende het hele proces begeleiden en u helpen bij het uitvoeren van inclusieve projecten.

Voor beleidsbrieven en oriëntatienota’s gelden er geen gedeeltelijke uitzonderingen. Ze zijn immers in het algemeen gericht op het hele Brusselse publiek en niet op een bepaalde doelgroep. Het is daarom noodzakelijk om de impact van de doelstellingen die werden vastgesteld in de beleidsbrieven en oriëntatienota’s op alle groepen in te schatten.

Actieplannen :

De gewestelijke actieplannen moeten worden geëvalueerd aan de hand van de gelijke kansentest. Wanneer gewestelijke actieplannen in eerste lezing aan de regering worden voorgelegd, moeten zij vergezeld zijn van een ingevulde gelijke kansentest.

Er zal door het kabinet bevoegd voor het actieplan een dossierbeheerder worden aangeduid binnen de administratie of het kabinet om de test in te vullen.

Alhoewel de gelijke kansentest dus aan het einde van het proces (namelijk bij de voorlegging aan de regering in eerste lezing), moet worden ingevuld, raden wij u aan om de inhoud van de vragen vanaf het begin van het proces van de ontwikkeling van het actieplan in gedachten te houden, zodat het u gedurende het hele proces begeleidt en u helpt bij het uitvoeren van inclusieve projecten.

Voor actieplannen zijn er gedeeltelijke uitzonderingen mogelijk. Een actieplan kan immers gericht zijn op een specifieke groep: bijvoorbeeld een actieplan ter bestrijding van racisme of een actieplan ter bestrijding van homofobie. In het geval van het actieplan ter bestrijding van racisme moet de test niet worden uitgevoerd voor de doelgroep “etnische en culturele minderheden”. De test moet echter wel voor de overige 4 criteria worden uitgevoerd.

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]